Auvibel 3 – De wetten uitpluizen

En er schort overigens ook vanalles aan het hele idee van die vergoeding. De wet Auteursrecht van 30 juni 1994 zegt namelijk de volgende héél erg belangrijke dingen:

Afdeling 5, Artikel 21, §3
De auteur kan zich niet verzetten tegen tijdelijke reproductiehandelingen van voorbijgaande of bijkomstige aard die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel:
de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon; of een rechtmatig gebruik, van een beschermd werk, waarbij die handelingen geen zelfstandige economische waarde bezitten.

Met andere woorden, als ik een USB-stick of harde schijf tijdelijk gebruik om mijn legaal aangekochte MP3’s over te zetten, is er helemaal niets aan de hand. En zo hoort het ook! Van een vergoeding is al helemaal geen sprake. En dan is er nog dit:

Afdeling 5, Artikel 22, §1
Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen:
(…)
5° de (reproduktie) van geluidswerken en audiovisuele werken gemaakt (die in familiekring
geschiedt en alleen daarvoor bestemd is) (Err. B.St. 22111994, pp. 288325)

Waarbij punt 5° op 22 mei 2005 (de recentste aanpassing aan de auteurswet) in Artikel 4, f integraal vervangen werd door

5° de reproductie op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager, van werken, die in familiekring geschiedt, en alleen daarvoor bestemd is;

Met andere woorden letterlijk waar het hier over gaat. Dit vooral ook ter referentie voor mezelf en zij die hier nog mee bezig zijn. Laat gerust jullie bedenkingen en aanvullingen achter! Ik hoor het met plezier–ook als ik fout zit!