25 februari 2010 — Diverse
Aangezien deze tekst blijkbaar nogal kwaad bloed zet bij sommige PHL-Arts-studenten: dit is geen discussie over niveau of beoordeling over individuele kwaliteiten van studenten aan één van beide hogescholen, dit is louter en alleen een vaststelling dat er met weinig tot geen inhoudelijk debat of onderzoek op politiek niveau beslissingen worden genomen boven de hoofden van studenten. Beslissingen die een curriculum in gevaar brengen waarvoor bij aanvang van de opleiding nadrukkelijk gekozen werd. Om nog niet te spreken van het vele harde werk dat in het uitbouwen van de opleiding Grafisch Ontwerp is gekropen. Werk dat gewoon van tafel geveegd dreigt te worden.
Het mag ook duidelijk zijn dat in deze brief vooral mijn persoonlijk standpunt verwoord wordt en dat dit zeker geen algemene visie is vanuit de opleiding GO aan de Media & Design Academie, het zijn slechts mijn bedenkingen en het is mijn uiting van bezorgdheid als huidig bachelorstudent.
Ik hoop echter dat er plaats is voor een gezond debat en dat dit debat ook werkelijk gevoerd en gecommuniceerd kan worden. De manier waarop het nu loopt situeert zich vooral achter de schermen en dat is toch niet meer echt iets van de 21ste eeuw.
Beledigende reacties die niets aan de discussie toevoegen worden verwijderd. Voor een debat over de inhoud ben ik altijd beschikbaar!
Geachte verantwoordelijke,
Ik ben student Grafisch Ontwerp aan de Media & Design Academie in Genk. Via verschillende kanalen heb ik opgevangen dat er op politiek niveau is beslist dat er een fusie tussen de PHL en de MDA/KHLim moet komen. Dit zou voor de richting Grafisch Ontwerp betekenen dat er van de twee verschillende curriculi een éénvormig curriculum gemaakt moet worden.
Als student aan één van de hoogst aangeschreven opleidingen Grafisch Ontwerp van het land, denk ik dat het belangrijk is om mijn bezorgdheid te uiten over het bewaren van de inhoudelijke kwaliteit van de opleiding. Behalve het feit dat het curriculum van de PHL praktisch gezien helemaal niet overeenstemt met dat van de MDA, is er ook een fundamenteel verschil in opvatting van wat een Grafisch Ontwerper zou moeten leren.
Eenvoudig gesteld is de opvatting van de PHL zeer modulair en technisch-praktisch gericht. Hetgeen eigenlijk zou overeenkomen met een professionele hogeschoolopleiding—hoewel het in casu als academische opleiding wordt verkocht. De holistische, conceptuele opleiding van de MDA staat daar lijnrecht tegenover. Het is een opleiding en een curriculum dat zich echter veel beter leent tot academisch onderzoek in het veld van het Grafisch Ontwerp. Het is eigenlijk een volwaardige academische opleiding.
Momenteel wordt er naar een “gulden middenweg” gezocht om—ondanks de diepgaande fundamentele verschillen—van de twee opleidingen toch één opleiding te kunnen maken. Dat dit ooit tot een geslaagd project kan leiden op de manier waarop het nu loopt is een illusie. Ik maak de vergelijking met een opleiding taal- en letterkunde die samengebracht zou moeten worden met een opleiding vertaler-tolk. Het zijn twee opleidingen die als raakvlak taal hebben, maar daar houdt de vergelijking op.
Een oplossing zou eruit bestaan om naast een academische opleiding, zoals die op dit moment aan de MDA ingevuld wordt, ook een professionele opleiding aan te bieden, zoals de opleiding op dit moment inhoudelijk in Hasselt ingevuld wordt. In Gent wordt dit momenteel op de Sint-Lucas hogeschool voor Wetenschap en Kunst zo gedaan, met succes.
Ik zou u vriendelijk willen vragen om mijn bezorgdheid ter harte te nemen en eventueel te helpen zoeken naar een andere oplossing dan de totnogtoe voorgestelde oplossingen, waarbij er een curriculum wordt uitgestippeld dat noch vis noch vlees zal zijn. Het zou zonde zijn om de kwaliteit van de opleiding te laten lijden onder deze beslissing, die misschien nodig is, maar niet goed wordt opgevolgd.
Met vriendelijke groeten,
Xavier Bertels
Student Grafisch Ontwerp – 2e bachelor
Media & Design Academie
06 januari 2010 — Kunst en Cultuur, Mens en Maatschappij
En er schort overigens ook vanalles aan het hele idee van die vergoeding. De wet Auteursrecht van 30 juni 1994 zegt namelijk de volgende héél erg belangrijke dingen:
Afdeling 5, Artikel 21, §3
De auteur kan zich niet verzetten tegen tijdelijke reproductiehandelingen van voorbijgaande of bijkomstige aard die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel:
de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon; of een rechtmatig gebruik, van een beschermd werk, waarbij die handelingen geen zelfstandige economische waarde bezitten.
Met andere woorden, als ik een USB-stick of harde schijf tijdelijk gebruik om mijn legaal aangekochte MP3’s over te zetten, is er helemaal niets aan de hand. En zo hoort het ook! Van een vergoeding is al helemaal geen sprake. En dan is er nog dit:
Afdeling 5, Artikel 22, §1
Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen:
(…)
5° de (reproduktie) van geluidswerken en audiovisuele werken gemaakt (die in familiekring
geschiedt en alleen daarvoor bestemd is) (Err. B.St. 22111994, pp. 288325)
Waarbij punt 5° op 22 mei 2005 (de recentste aanpassing aan de auteurswet) in Artikel 4, f integraal vervangen werd door
5° de reproductie op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager, van werken, die in familiekring geschiedt, en alleen daarvoor bestemd is;
Met andere woorden letterlijk waar het hier over gaat. Dit vooral ook ter referentie voor mezelf en zij die hier nog mee bezig zijn. Laat gerust jullie bedenkingen en aanvullingen achter! Ik hoor het met plezier–ook als ik fout zit!
06 januari 2010 — Kunst en Cultuur, Mens en Maatschappij
(dit is een vervolg op Auvibel)
Omdat we van minister Van Quickenborne blijkbaar geen actie mogen verwachten (zie Auteurs zijn ondernemers) en omdat er duidelijk een consensus leeft dat die Auvibel-taks écht wel verkeerd is, heb ik besloten om een stapje verder te gaan. Europa heeft een aantal middelen om dit soort problemen aan te kaarten en één daarvan is SOLVIT.
Hoewel SOLVIT niet noodzakelijk het orgaan bij uitstek is om dit soort problemen op te lossen, wil ik er toch gebruik van maken. Ik zie het als een eerste stap in het verdere zoeken naar een oplossing voor dit probleem. Ik heb geprobeerd om mijn klacht zo specifiek mogelijk te formuleren, omdat er wellicht een juridische oplossing gezocht zal worden. De klacht luidt als volgt:
Meer lezen →
04 januari 2010 — Kunst en Cultuur, Mens en Maatschappij
Geachte minister Q,
Ik ben muzikant (auteur-componist en producer) én ik run samen met een tiental collega’s drie onafhankelijke platenlabels. Ik weet wellicht beter dan de gemiddelde Belg hoe het er momenteel in de muziekindustrie aan toe gaat.
Ik weet echter ook wat er faliekant fout gaat. De nieuwe Auvibel-taks is één van de maatregelen waar de muziekindustrie in België géén nood aan heeft. Ze schaadt het negatieve imago dat de muziekindustrie al had, nog meer dan reeds het geval was. Bovendien is de taks ondemocratisch (volgens mij zelfs ongrondwettelijk), slecht gecommuniceerd en ronduit verwarrend.
De Consument
Om te beginnen stuurt de taks een volledig verkeerd signaal naar de burgers. “Waarom zou ik namelijk nog betalen voor het (legaal) downloaden van een nummer, als ik daar toch al taksen voor betaal bij de aankoop van mijn harde schijf, MP3-speler of USB-stick?” Het is voor ingewijden soms al moeilijk om de verschillende organisaties die geld innen uit elkaar te houden, laat staan dat je van een muziekconsument kan verwachten dat hij of zij nog begrijpt waarom er NOG maar eens betaald moet worden.
Bovendien vraag ik mij af hoe u kan rechtvaardigen dat heel de maatschappij maar moet opdraaien voor iets waarvan niet bewezen is dat
- Er effectief schade wordt berokkend aan auteur-componisten (zelfs SABAM gebruikt op haar website de zin “Thuiskopiëren kan leiden tot een inkomstenverlies voor de auteurs*, producenten en uitvoerende kunstenaars van muziek- en audiovisuele werken.”)
- Iedereen het ook daadwerkelijk doet en hoeveel mensen er daadwerkelijk kopiëren voor thuisgebruik.
Wat wordt er gedaan met de fotografen en filmmakers die gigantische harde schijven nodig hebben om back-ups te maken van hun foto’s/films en niets anders dan dat? Wat met de honderden bedrijven die externe opslagmedia aankopen om back-ups te maken van hun bedrijfsdata? Dat zijn dingen die helemaal niets met het kopiëren van muziek te maken hebben. En ironisch genoeg zullen het net deze consumenten zijn die het meeste gaan betalen.
Recente studies hebben trouwens aangetoond dat de grootste illegale downloaders en kopieerders ook de grootste muziekconsumenten zijn. Waar is de rechtvaardigheid dan nog?
Ik vind het heel jammer en een bevreemdend gevoel dat ik, die muziek door mijn hart en nieren heb lopen, het gevoel krijg dat ik niet één cent meer wil betalen voor muziek door deze maatregel. Dat is op zijn minst een tegengesteld effect te noemen. En een gemiste kans.
De Auteurs
De herverdeling van de geïnde gelden is een tweede probleem. Laten we het voorbeeld van een muzikant (auteur-componist) nemen. Via Auvibel vloeit een deel van het geld naar SABAM, een vereniging die geïnde gelden herverdeelt onder haar leden.
Om te beginnen is niet elke auteur-componist in België bij SABAM aangesloten. SABAM is bovendien een privé-organisatie, die via Auvibel, via de overheid geld ontvangt. Het probleem wordt stilaan duidelijk: wat met de auteurs/componisten die niet bij SABAM zijn aangesloten? Zij blijven namelijk in de kou staan. Er zijn ook andere auteursorganisaties, die niet bij Auvibel zijn aangesloten. Zij krijgen dus geen vergoeding via de Auvibel-taks om onder hun leden te verdelen. Ondemocratisch? Ja. Oneerlijke concurrentie? Ja.
Ten tweede is de procedure die SABAM hanteert om het geïnde geld onder haar leden te verdelen niet transparant. Op welke manier wordt er bepaald welke auteur-componist het meeste gekopieerd wordt? Het is niet alleen onduidelijk, het is ook nog eens onmeetbaar.
De Producent(en)
En dan hebben we ook nog de producenten, de platenmaatschappijen. Zij worden niet gecompenseerd voor verlies aan inkomsten uit thuiskopiëren. Op welke grond kan een wettekst bepalen dat de auteur-componisten wél recht hebben op een vergoeding en de platenmaatschappijen, die vaak veel investeren in een artiest, niet? Voor een Open VLD’er vind ik dit een rare hersenkronkel, het neigt eigenlijk een beetje naar het protectionistisch socialisme van weleer.
Mijn fout, de producenten, platenmaatschappijen worden wel gecompenseerd via Auvibel. Het belangrijkste punt dat ik echter wou maken staat in de volgende paragraaf.
Er is nog een veel groter probleem dat om de hoek loert. Wat gaat er gebeuren wanneer ook de producenten van software en games komen aankloppen? Want ja, zij worden uiteraard ook veel gekopieerd. En in aantal megabytes is het gekopieerde volume vele malen groter dan dat van een muziekbestand. Gaat u dan ook een taks voor die industrieën heffen? Het is een straatje zonder einde.
Tot slot
Het zou fijn zijn als u deze kans zou grijpen om de gevestigde muziekindustrie in België eindelijk eens schaakmat te zetten en een einde te maken aan de wanpraktijken bij o.a. SABAM (en Auvibel). Misschien komt er dan weer ruimte voor die nieuwe initiatieven en frisse ideeën die zo broodnodig zijn. De malaise in de muziekindustrie is iets wat de industrie zélf heeft veroorzaakt en bijgevolg ook zélf moet oplossen. Het is niet de taak van de overheid–en toch zeker niet van een liberale minister–om hierbij in te grijpen.
Met vriendelijke groeten
Zie ook